Herkomst van de naam
De naam karmozijn is afgeleid van het Arabische 'qirmiz', wat verwijst naar de kermesluis (Kermes vermilio). Dit insect werd in de oudheid gebruikt om een dieprode kleurstof te produceren. Via het middeleeuwse Latijn 'carmesinus' en het Oudfranse 'cramoisi' is de term in het Nederlands terechtgekomen.
Geschiedenis
Karmozijn was in de middeleeuwen en de vroegmoderne tijd een kostbaar pigment, vaak geassocieerd met rijkdom en macht. In de 16e en 17e eeuw werd de kleurstof uit de kermesluis in Europa verdrongen door het uit Amerika geïmporteerde cochenille, dat een intensere kleur gaf. Het werd veelvuldig gebruikt voor de kleding van de adel en hoge geestelijken vanwege de hoge productiekosten.
In de natuur
Kermeseiken in het Middellandse Zeegebied vormen het natuurlijke leefgebied van de kermesluis, de bron van deze kleurstof. In de Nederlandse flora en fauna is de kleur minder gebruikelijk als natuurlijke pigmentbron, maar het is zichtbaar in de dieprode tinten van bepaalde herfstbladeren of de vruchten van de meidoorn.
Cultureel & artistiek gebruik
Karmozijn staat symbool voor autoriteit, passie en spirituele verhevenheid. In de kunstgeschiedenis werd het vaak ingezet om de status van geportretteerden te benadrukken. Het is een kleur die in religieuze contexten vaak wordt geassocieerd met het bloed van martelaren.
Verbinding met Nederland
Grachtenpanden uit de Gouden Eeuw en historische klederdrachten laten de rijke schakeringen van karmozijn zien in Nederland. Het werd vaak gebruikt in wandtapijten en fluwelen gordijnen die de welvaart van de koopmansklasse moesten uitstralen.
Kunst & Design
Rembrandt van Rijn en Johannes Vermeer gebruikten in hun 17e-eeuwse portretkunst karmozijnrode accenten om de rijkdom van hun geportretteerden te benadrukken.
Kleurstudie. Hier komt later fotografie of kunstwerk.